introductie

Introductie  “Van Straelen” ex ondiepwatermijnenveger, eigendom van Johan en Ciska ROB.

De “Van Straelen” is naamgever voor een klasse van 16 schepen. Zij hebben dienstgedaan bij de KM van 1960 tot 1985 en werden daarna als gehele klasse uit dient gesteld. Voor meer informatie wil ik verwijzen naar de site van ondiepwatermijnenvegers.

 

In 1985 werden 5 inshores als kavel verkocht aan Damen Shipyards te Gorkum. In 1986 werden achtereenvolgens de Van Well-Groeneveld, de Van Straelen, de Houtepen, de Van het Hoff en de Bussemaker verkocht aan Delft Geofisical te Delft. Deze firma was een dochter van Neddlloyd. De 1e,2e en de 4e werden klaargemaakt voor het geofysisch   onderzoek. De 3e werd particulier verkocht en de laatste werd verkocht aan een reder in Griekenland, die er een ferry verbinding mee onderhield tussen Korfu en Kreta.

Wijzelf werden voor het eerst geconfronteerd met deze scheepjes toen wij met ons kotterjacht van 13 meter langs de werf van Van der Giesen-De Noord voeren in 1987. Toen keken wij vanaf 13 meter naar een schip van 33 meter. Veel te groot! Dus lekker op vakantie op de Grevelingen. Twee jaar later voeren wij voorbij in de opvolger van het kotterjachtje, de Volkerak, een ex Rijkswaterstaat van 23 meter. Toen waren de verschillen al een stuk kleiner. Er lagen er toen nog maar twee van de vijf. Zijn toen eerst maar weer naar de Grevelingen gegaan en op de terugweg hebben wij de Volkerak langszij de Van Straelen (toen Delft Fortuna) afgemeerd. Mooi even rondkijken aan boord, helaas alleen over dek, want het was dood schip. Via de portier kreeg ik te horen, dat de schepen te koop waren. Vervolgens contact opgenomen met bovengenoemde firma. Heb daarna een rondleiding door het schip gekregen, dit alles met een zaklantaarntje door een schip zonder poorten.

Wat ik gezien had, was dat er voldoende ruimte opzat voor bewoning door 3 personen. Alleen de prijs die mij genoemd was, lag een beetje aan de hoge kant. (7.5 ton guldens) Alles ruim een half jaar laten rusten en ondertussen wel geïnformeerd naar de gebruikte houtsoorten en materialen. Dit alles verontrustte ons in het geheel niet. In het najaar van 1989 nogmaals naar Delft getogen en een iets lager bod uitgebracht (minder als de helft). Uiteindelijk tot overeenstemming gekomen, waarna wederom het schip geshowd werd. Alleen wat ik de keer ervoor in het licht van een zaklantaarntje te zien had gekregen, kreeg ik nu te zien in vol licht!!! Geen momentopnames meer, maar alles tegelijk!! Dit alles tezamen met de dimensie GELUID, voortgebracht door de beide hulpmotoren (6 cyl Kromhout) plus de beide hoofdmotoren, twee twaalfcylinder Werkspoor diesels (RUB 1612). 550pk elk, in een bootje van 33 meter.

Op dat moment werd ik eigenlijk een beetje doodgeslagen door de complexiteit van het schip. Vervolgens stelde ik mijzelf twee cruciale vragen. Ten eerste WIL IK DIT? En daarna voor mij de meest belangrijke vraag KAN IK DIT? Die nacht heb ik in het geheel niet geslapen. Ik had namelijk voor de volgende dag wederom een afspraak voor het werktuigkundig deel (motoren) van het schip. In die nacht begon het verhaal toch duidelijker vormen te krijgen, namelijk ik begon de systemen te delen.

In gedachte mes door de machinekamer, in plaats van twee maar 1 motor, want voor die andere gold precies het zelfde. Daarna de vraag wat heeft een motor nodig? Brandstof, smeerolie, zoet koelwater en zout koelwater. (Leidingkleuren bruin,geel,blauw en groen) Toen begon het complexe toch alweer meer begrijpbare vormen aan te nemen. Heb daarna toch nog enige uren kunnen slapen.

De volgende dag werd mij door de hoofd werktuigkundige van Delft Geophisical de boot voor de tweede keer geshowd. Tegen mij zei hij: Ik zal de motoren maar weer starten. Hierop zei ik hem “jij start niets, ik start de motoren. Alleen als ik iets fout dreig te doen mag je mij op mijn vingers tikken! Uiteindelijk ben ik zonder platte vingers weer naar huis gegaan. Ik had 1 oliepeiltje vergeten te controleren! Later hoorde ik van Kees, dat hij dit nog niet eerder had meegemaakt, dat het hele verhaal zo snel was opgepakt.

Dat waren in vogelvlucht onze eerste stappen voor een reis met een zeewaardige woonboot. Die stappen waren relatief makkelijk, de aanschaf en verbouwing. Wat vele malen moeilijker bleek te zijn, was om een ligplaats te verkrijgen in Amsterdam en wat nog moeilijker was, was duidelijk te maken dat je er ook nog op woonde. Wij waren beiden economisch gebonden aan Amsterdam. Gelukkig hadden de ambtenaartjes daar geen zaken mee. Wij werden dus wooncriminelen! Deze situatie duurde in ons geval maar 17 jaar! In diverse gevallen werd er door ons meegewerkt en in die gevallen visten wij twee keer achter het net, toen er een legalisatieronde was in het gebied waar wij kort daarvoor uit zijn vertrokken!

Vanaf dat moment stonden onze hakken in het zand en weigerden wij elke medewerking. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een schitterende overdraagbare ligplaats aan de Panamakade te Amsterdam. Op die ligplaats hebben wij een binnenvaartschip neergelegd en dat geheel te koop aangeboden. Uiteindelijk zal ons reisje wel bekostigd moeten worden.

 

ligplaats panamakade

 

 

In de tussenliggende periode is het schip inwendig volledig aangepast aan onze wensen. Het is er duidelijk een stuk gebruikersvriendelijk van geworden. Ook heb ik de hoofdmotoren vervangen door kleinere. De originele gebruikten ongeveer 100 liter per uur, even boven stationair, in combinatie met de hulpmotor. Bij dat verbruik praten wij over een snelheid van 8.4knoop. Het huidige verbruik is 30 liter per uur bij een snelheid van 7.2knoop. Dat houdt een verdrievoudiging in van de actieradius.

Buiten de vervanging van de hoofdmotoren, zijn ook de hulpmotoren vervangen. (Hatz silentpacks) Voorts heb ik in aanvulling op ons energiepakket, de boot voorzien van 12 zonnepanelen (2kw) plus twee windgeneratoren en een 3kw omvormer. Dit alles is ruim voldoende om te voorzien in onze behoeften. Alleen voor koken,wasmachine, droogtrommel, vaatwasser wordt de generator gedraaid. En dan het liefst nog in combinatie.

Wat ook nog bij de voorbereidingen hoorde, was mijn cursus voor stuurman/werktuigkundige. Ik wilde voor geen geld onvoorbereid naar zee, met ons schip. Het behelsde toen nog alleen de theoretische opleiding, voor een geldig certificaat moest er eerst nog een stageperiode gemaakt worden. Zonder stage zou het theoretische deel na 5 jaar vervallen. Gelukkig zat ik in 1999 niet helemaal lekker in mijn vel bij mijn toenmalige werkgever. Na een onbevredigende vergadering, in het weekend gebeld voor een stageplaats op een coaster, maandag een baan, dinsdag mijn ontslagbrief!!!

Dit alles 5 maanden voor het verlopen van mijn theoretisch papiertje. Nu bleek, dat wat ik in eerste instantie als hobby gevolgd had, nu ook omgezet kon worden naar een goed betaalde en bevredigende baan. Daarmee heb ik de volgende 10 jaar weer opgevuld en heb mijn praktijkkennis op een hoger niveau weten te brengen. Dit brengt tevens meer begrip mee voor de reguliere beroeps zeevaart.

Wij schrijven nu februari 2011. Wat nu nog moet gebeuren zijn eigenlijk de laatste ……….. op de i zetten. Na een lange tijd van stilliggen,  zal het tijd worden om een heleboel aan boord op te ruimen en te zeevasten. Daarna bunkers en stores innemen. Dan kan de GROTE VAKANTIE een aanvang nemen.

 

 

2 Responses to introductie

  1. joop schreef:

    Goeiemorgen vanuit diepvries nl.,

    Ik had vandaag dienst met ons beider goede kennis Jan Dinkelknots en het gesprek kwam op jullie. Wat fantastisch dat in ieder geval een deel van de droom is omgezet in werkelijkheid. Ik zal jullie site regelmatig met een bezoekje vereren, onder het genot van een kleintje whiskas.

    Groeten,

    Jopie

  2. Rob van de Geer schreef:

    Sprak sinds lange tijd Dinky weer, gezellig en wees op jullie avonturen. Heb gezocht en erg gelachen om je commentaren. Zelfs na bijna 30 jaar hoor ik je het zeggen!! Er is wat dat betreft weinig veranderd. Wat een mooi avontuur en samen met Ciska en junior, prachtig. Geniet ervan, en blijf gezond!!

Reacties zijn gesloten.